16/11/2010-
Het gemeenschappelijk vakbondsfront bij Brink's had het zich wellicht anders voorgesteld. Toen de directie voorstelde om een deel van het personeel het statuut van bediende te ontnemen, kon men dit niet aanvaarden en riep men een staking in het leven. Niet zonder risico, zo bleek. Brink's legde inmiddels de boeken neer. Indien Brink's echt failliet wordt verklaard, ziet het er naar uit dat de werknemers van Brink's met (bijna) lege handen staan. Dan hebben de vakbonden gegokt en verloren. Is faillissement een ontsnappingsroute uit het sociaal overleg? Dat valt wellicht nog af te wachten, maar ons sociaal overleg blijkt wel wat in een verouderd wettelijk kader te hangen.
Grote verschillen
Het spreekt voor zich dat het omzetten van een bediendenstatuut naar een arbeidersstatuut allesbehalve een evidentie is. Ondanks alle mooie praatjes, resoluties in het parlement en verklaringen van politici en partijen is er vandaag nog steeds een zeer groot verschil tussen het statuut van arbeider en dat van bediende. Wie regelmatig herstructureringen begeleidt, weet dat de kost om een arbeider te ontslaan in het niets valt in vergelijking met de ontslagvergoedingen waarop bedienden recht hebben. Meestal kan men voor de prijs van tien (ontslagen) bedienden meer dan honderd arbeiders ontslaan…
Protest van de vakbonden tegen een omzetting van het statuut is dan ook begrijpelijk. Als men dit zomaar zou aanvaarden en een week later besluit Brink's toch te sluiten, is het resultaat dat de ontslagvergoedingen voor het personeel nog een fractie zijn van wat ze voordien waren. Dit kon eventueel opgevangen worden met een tewerkstellingsgarantie, maar als externe waarnemer is het onmogelijk te weten of Brink's dit wel wou aanbieden.
Was staken dan wel zo een goed idee? Ook dat is van buitenaf moeilijk te beoordelen, maar staken in een onderneming in moeilijkheden is sowieso risicovol. Indien er onvoldoende vermogen in de onderneming is om het personeel uit te betalen bij ontslag en men failliet gaat, dan hebben de werknemers enkel de garantie dat het Sluitingsfonds tussenkomt. Dit Fonds betaalt achterstallige lonen, vergoedingen en ontslagvergoedingen uit, maar de tussenkomst is beperkt tot 25.000 euro bruto. Bedienden hebben al (heel) snel recht op meer en zien bij faillissement meestal een deel van hun vergoedingen in rook opgaan.
Verliezen doorschuiven
Specifiek aan het geval Brink's is dat deze onderneming deel uitmaakt van een grotere groep en men al eens de indruk krijgt dat het begrip ‘onderneming in moeilijkheden' in dergelijke groepen een relatief begrip is. Internationale groepen durven al eens verlieslatende activiteiten afsplitsen van de winstgevende en die activiteiten in verschillende vennootschappen onderbrengen. Dan zal NV X natuurlijk verlieslatend zijn en NV Y winstgevend. In theorie kan dan NV X failliet gaan en staan alle werknemers in NV X mogelijks op straat zonder degelijke onslagvergoeding, terwijl de onderneming rustig haar activiteiten kan onderbrengen in NV Y. Het scenario is zeker niet ongewoon.
Of Brink's in dit geval is, kan ik niet beoordelen vanuit een paar krantenknipsels of persverklaringen. De rechtbank van koophandel die over de faillissementsaanvraag moet oordelen, zal daar meer duidelijkheid moeten over scheppen.
De grenzen van het overleg
Dit alles toont wel nog eens aan dat het sociaal overleg zoals we het tot hiertoe kenden, in zekere zin zijn grenzen bereikt heeft. De vakorganisaties lopen achter de feiten aan. In geval van misbruiken bij Brink's zal men daar juridische middelen kunnen tegen gebruiken. Voor de vakorganisaties en alle werkenden in dit land zijn er echter nog andere uitdagingen. Meer en meer jobs verdwijnen uit België door onze achterhaalde en nodeloos ingewikkelde sociale wetgeving.
Wat we nodig hebben, is een aangepast wettelijk kader dat werken in ons land moet organiseren. We lopen ver achter in vergelijking met de buurlanden als het gaat om de manier waarop we met arbeid omgaan in ons land.
Een archaisme
Bijvoorbeeld onze arbeidstijdregelgeving dateert – figuurlijk – uit de 19e eeuw! Er bestaat zelfs geen wettelijk kader voor bijvoorbeeld glijdende uren, iets wat in vele bedrijven nochtans wordt toegepast. Star blijft onze Arbeidswet vasthouden aan de 38 uren week met vaste vooraf bekendgemaakte werkroosters, waarbij men enkel in sommige sectoren er in slaagt flexibelere uurregelingen uit te werken. De afgelopen jaren verloor België veel activiteiten aan buurlanden, zoals Nederland. Niet omdat de loonlasten daar zoveel goedkoper zijn, maar gewoon omdat men daar gemakkelijker kan inspelen op productiepieken en dalen.
Het onderscheid tussen arbeider en bediende is ook een dergelijk archaïsme. Dit weekend verklaarden Annemie Turtelboom (Open Vld) en Luc Cortebeeck (ACV) nog maar eens dat een eenheidsstatuut nodig is. Inderdaad, maar wie zal nu eens de euvele moed hebben om te zeggen dat dit statuut niet zo gunstig kan zijn als het huidige bediendenstatuut? Het kan nooit the best of both worlds worden natuurlijk… Maar wie doet nu eindelijk eens een concreet voorstel? Voor de verkiezingen had iedereen in zijn verkiezingsprogramma wel iets staan over de hervorming van bijvoorbeeld het ontslagrecht. Vandaag horen we daar niets meer over.
Het parlement heeft tegenwoordig ook tijd genoeg om een voorstel uit te werken.
Het wordt tijd dat politiek België eens in actie schiet. Terwijl toekomstige regeringspartijen palaveren over een nieuwe regering en de toekomstige oppositie zit af te wachten om oppositie te voeren, verliezen mensen immers hun job. Het doet bijna denken aan het orkest op de Titanic.
Egbert Lachaert
|