• Egbert Lachaert

    Federaal volksvertegenwoordiger

    OCMW-voorzitter en Schepen van Sociale Zaken,
    Juridische Zaken en ICT in Merelbeke

›› Home ›› Nieuws

Lachaert wil on-the-job opleidingen in knelpuntberoepen stimuleren

24 april 2018

Om de vraag en het aanbod op de arbeidsmarkt beter op mekaar af te stemmen, wil Kamerlid Egbert Lachaert een scholingsbeding specifiek voor knelpuntberoepen invoeren. “Werkgevers die investeren in de opleiding van werknemers in knelpuntberoepen, krijgen zo meer zekerheid dat hun investering kan renderen. De werknemers versterken op hun beurt hun positie op de arbeidsmarkt. Een win-win!”

De jobmotor draait op volle toeren. Tegen 2019 komen er 259.000 jobs bij, voornamelijk in de privésector. Maar onze bedrijven kampen met moeilijkheden om al deze vacatures ook in te vullen. “Nochtans blijft onze werkzaamheidsgraad relatief laag en zijn er nog vele werklozen. Er is dus een mismatch tussen de vraag en het aanbod op onze arbeidsmarkt”, legt Egbert Lachaert uit. Zo is de mobiliteit van de werklozen beperkt en sluiten hun vaardigheden niet altijd goed aan op de profielen die de ondernemingen zoeken.

 VDAB, Actiris en Forem houden een lijst bij met knelpuntberoepen. Naast vrachtwagenbestuurders, vertegenwoordigers of callcentermedewerkers, betreft het vaak technische profielen. “En dat is op zich goed nieuws, want hier kan je een opleiding voor volgen”, zegt Lachaert. “De overheid kan hier een rol spelen door opleidingen aan te bieden in het kader van activeringstrajecten. Maar daarnaast kunnen ook werkgevers hun steentje bijdragen door on-the-job opleidingen te voorzien.”

 Nieuwe economie vergt moderne skills
Die on-the-job trainingen zijn uiteraard interessant voor de werknemer. “Onze economie verandert immers razendsnel, vooral door de digitalisering en automatisering. Vandaag zijn vele jobs nog belangrijk, morgen kan dat anders zijn. Het is dus belangrijk dat werknemers constant nieuwe vaardigheden aanleren om actief te kunnen blijven op de veranderende arbeidsmarkt.” Ook voor de werkgever rendeert het investeren in opleidingen van personeel. “Maar er zijn ook risico’s aan verbonden. Werknemers kunnen na de dure opleiding het bedrijf verlaten en met hun nieuwe skills bij een andere werkgever aan de slag gaan. De investering gaat dan verloren voor het eerste bedrijf.” Om dit probleem in te dijken, werd in 2006 in het kader van het Generatiepact het scholingsbeding versterkt. “Zo’n beding maakt dat een werknemer die zelf ontslag neemt of om dringende redenen wordt onslagen, een deel van de vormingskosten moet terugbetalen.”
 Volgens Lachaert zijn de huidige regels om een scholingsbeding te kunnen toepassen echter te strikt. “Dat weerhoudt vele werkgevers om te investeren in opleidingen. Zo kan een scholingsbeding pas wanneer de werknemer meer dan 34.180 euro bruto verdient. Daardoor kan het niet worden gebruikt bij heel veel arbeiders, jongeren en bedienden met een laag loon. Nochtans hebben zij het meeste baat bij een extra vorming. Daarnaast moet de opleiding minimum 80 uren duren en het dubbel van het minimum maandinkomen kosten. Het beding kan niet van toepassing zijn op wettelijke en reglementaire opleidingen. Net die vormingen kosten vaak veel geld.” Het liberale Kamerlid wil de wet zo aanpassen dat het scholingsbeding ook voor deze profielen kan toegepast worden.

 Scholingsbeding voor knelpuntberoepen
Daarnaast wil Lachaert naast het bestaande scholingsbeding, een nieuwe vorm invoeren specifiek gericht op knelpuntberoepen, een zogenaamde ’scholingsbeding plus'. “De enige voorwaarde om dit nieuwe scholingsbeding toe te passen, is dat de werknemer wordt opgeleid in een knelpuntberoep dat op de lijst staat van de arbeidsbemiddelingsdiensten. Dit is een voldoende objectieve maatstaf omdat die opleidingen een reële meerwaarde voor de werknemer en de arbeidsmarkt creëren. Een scholingsbeding dat de werkgever beschermt, is dan gerechtvaardigd.”
 De duurtijd van het beding is beperkt tot de reële duur van de genoten vorming met een maximum van 36 maanden. De sanctie bij vroegtijdig vertrek wordt tweeledig. “Het wordt mogelijk naast een financiële vergoeding, die in het gewone scholingsbeding ook al voorzien is, een niet-concurrentieverplichting overeen te komen voor het uitoefenen van de specifieke functie waarvoor men een opleiding genoot”, legt Lachaert uit. Zo worden werkgevers gestimuleerd personeel op te leiden in knelpuntberoepen. “Ze hebben dan een garantie dat de werknemer die de opleiding genoot gedurende een even lange termijn als de opleiding bij hen blijft werken. Zo is er ook een fair rendement voor de financiële inspanning die de werkgever doet.” Indien de werknemer zelf ontslagen wordt zonder dringende reden geldt de verplichting niet. Indien de werknemer geen gebruik maakt van de nieuwe verworven vaardigheden bij zijn nieuwe tewerkstelling ook niet.
 Lachaert besluit: “Op deze manier kunnen werkgevers en werknemers een faire deal sluiten. De werknemer leert vaardigheden aan - op kosten van de werkgever - die hem heel goed van pas komen in de arbeidsmarkt. De werkgever heeft de garantie dat hij niet de werknemer van zijn concurrent opleidt door de investering te doen en dat hij gedurende een redelijke periode gebruik kan maken van de nieuwe competenties van de werknemer.”

Voor de werking van deze website en om uw surfervaring te verbeteren worden cookies gebruikt. Meer info.