• Egbert Lachaert

    Federaal volksvertegenwoordiger

    OCMW-voorzitter en Schepen van Sociale Zaken,
    Juridische Zaken en ICT in Merelbeke

›› Home ›› Nieuws

Opinie: “Arbeidsdeal is het begin, niet het einde”

21 november 2018

Ive Marx (UAntwerpen) beschouwt de arbeidsdeal als een slag in het water. Daar is Egbert Lachaert het niet mee eens. Hervormingen vragen immers tijd en bovenal een parlementaire meerderheid. Het liberale Kamerlid verwelkomt wel het idee van Marx om minder met algemeen bindende cao’s te werken.

Ive Marx heeft gelijk als hij zegt dat de Belgische arbeidsmarkt zeer disfunctioneel is. Er zijn anno 2018 veel jobs, maar deze geraken moeilijk ingevuld. Veel outsiders geraken niet op onze afgeschermde arbeidsmarkt. Daarnaast is er een onverklaarbaar hoog aantal mensen inactief, niet eens op zoek naar werk.

Het is al jaren dé prioriteit van Open Vld en deze regering Michel I om jobs bij te creëren en de werkzaamheidsgraad op te krikken. Alleen zo kunnen we onze sociale zekerheid verstevigen en de belastingen verder laten dalen. Meer schouders maken de last licht, weet u wel.

De arbeidsdeal past in die redenering. Ik ben het niet eens met Marx als hij beweert dat dit een slag is in het water. We verzetten wel degelijk bakens. Eerder dit jaar stond het land in rep en roer dat SWT –het vroegere brugpensioen- nog steeds mogelijk was op 56 jaar. De minimumleeftijd wordt op ons aandringen vanaf 1 januari definitief 59 jaar en in 2020 60 jaar. De minimumleeftijd voor landingsbanen stijgt van 55 jaar naar 60 jaar. De verplichting als oudere werkzoekende om je als actief werkzoekend op te geven, wordt versterkt. Dit zijn slechts enkele maatregelen die wel degelijk een verschil zullen maken. Daar is bijzonder veel sociaal protest tegen, maar we nemen ze wel.

Vanuit academisch en ideologisch oogpunt kan je natuurlijk altijd meer vragen. We mogen en moeten verder kijken dan vandaag. Maar er is ook zoiets als de politieke realiteit. Voor elk voorstel dat we doen, is uiteindelijk een parlementaire meerderheid nodig. Voor elke hervormingsgezinde partij, zijn er minstens evenveel behoudsgezinde partijen met een conservatieve achterban en aanverwante belangenorganisaties.

Ons zal het alvast niet tegenhouden om verdere hervormingen voor te stellen. De arbeidsdeal toont aan dat wat aanvankelijk als een los en onhaalbaar voorstel werd gezien, bijvoorbeeld het invoeren van gemeenschapsdienst in de werkloosheidsreglementering, nu wel realiteit wordt.

Minder collectief moeten en meer individueel mogen

Marx legt in zijn opiniestuk zelf een bijkomende piste op tafel. Hij stelt de algemeen verbindend verklaarde cao’s op sectoraal of nationaal niveau in vraag. Dit is een waardevol idee waar Open Vld al geruime tijd voor pleit. Meer afspraken op bedrijfsniveau, met vakbonden of met het personeel zelf kunnen arbeid bevrijden. Ze geven ruimte voor broodnodig maatwerk. De sectorale aanpak waarbij de vakbonden met werkgeversorganisaties alles in cao’s regelen voor een hele sector is niet meer van deze tijd. Ten eerste zijn die sectoren soms heel eigenaardig ingedeeld. Er is ook een bos aan paritaire comités dat nooit werd uitgedund. Maar die sectorale cao’s zijn bovenal vaak voor het ene bedrijf werkbaar, maar voor een ander niet.

Dit systeem hervormen is een belangrijke stap, maar ook geen wonderoplossing. Zo blijft de Arbeidswet van 1976 de basis van alles wat met arbeidstijd te maken heeft. Deze wet blijft ondanks enkele hervormingen van deze regering weinig flexibel. Ook hier moeten algemene beperkingen op werk op de schop, ten voordele van afspraken op bedrijfsniveau.

Er ligt dus nog veel werk op de plank. Wij zullen dus voorstellen blijven neerleggen en politieke partners overtuigen van het belang van deze hervormingen. De voorzet en steun van professor Marx is meer dan welgekomen en een aanmoediging om verder te gaan op de ingeslagen weg van meer werk, voor iedereen.

 

Voor de werking van deze website en om uw surfervaring te verbeteren worden cookies gebruikt. Meer info.