• Egbert Lachaert

    Federaal volksvertegenwoordiger

    OCMW-voorzitter en Schepen van Sociale Zaken,
    Juridische Zaken en ICT in Merelbeke

›› Home ›› Nieuws

Lachaert wil sociale verkiezingen democratiseren

22 november 2018

 

Om de vier jaar zijn er sociale verkiezingen in bedrijven. Dit proces verloopt op bepaalde vlakken echter niet democratisch, meent Open Vld Kamerlid Egbert Lachaert. “Zo zijn vrouwen sterk ondervertegenwoordigd, weegt de lijststem zwaar door ten opzichte van naamstemmen én is er een wettelijk monopolie voor de drie vakbonden. Een sterk staaltje syndicratie!” Met een wetsvoorstel wil hij daar verandering in brengen.

Sociaal overleg vindt in België op drie niveaus plaats: nationaal in de Groep van 10, sectoraal en ten derde op bedrijfsniveau. “Dat laagste niveau is misschien wel het belangrijkste”, zegt Egbert Lachaert. “In de Ondernemingsraad en het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk regelen de werknemers samen met de werkgever de arbeidsorganisatie, arbeidsvoorwaarden, het personeelsbeleid, opleidingen, welzijn op het werk enzovoort.”

Om de vier jaar vinden er sociale verkiezingen plaats waarbij werknemers dus collega’s mogen aanduiden om hun te vertegenwoordigen in de overlegorganen met de werkgever. Een CPBW is verplicht in een onderneming met minstens 50 werknemers. In 2016 was dit het geval voor 6.953 bedrijven. Een Ondernemingsraad is verplicht in bedrijven met minstens 100 werknemers, oftewel 3.782 bedrijven in 2016.
Volgens Lachaert zijn de spelregels van de sociale verkiezingen echter voor democratische verbetering vatbaar. Hij dient een wetsvoorstel in om het democratisch karakter op drie punten te versterken.

Genderevenwicht

Vooreerst is het aantal vrouwen dat zich kandidaat stelt bij sociale verkiezingen opmerkelijk laag. De kloof tussen het aantal mannen en vrouwen die kandideren is tussen 1975 en 2008 zelfs vergroot in plaats van verkleind. “De oorzaak is duidelijk: bij sociale verkiezingen is er geen enkele verplichting om een genderevenwicht te hebben op de kandidatenlijst. Dit is wel het geval bij verkiezingen voor de Kamer, deelstaatparlementen en gemeenteraadsverkiezingen. Daar mag het verschil tussen het aantal vrouwelijke en mannelijke kandidaten op een lijst nooit groter zijn dan één, en moeten de eerste twee plaatsen worden ingevuld door personen van verschillend geslacht”, legt Lachaert uit.
Hij stelt voor om deze regel ook toe te passen bij sociale verkiezingen. “Dit is niet meer dan logisch. Op die manier kunnen we het aantal vrouwelijke kandidaten en dus ook verkozenen stevig opkrikken.” Lachaert voorziet wel een uitzondering voor bedrijven waar het aantal vrouwelijke en mannelijke werknemers sterk verschilt. “Als de minderheidsgroep tussen de 25 en 40% van het personeelsbestand uitmaakt, mag het verschil tussen mannelijke en vrouwelijke kandidaten op de lijst nooit groter zijn dan twee. Is de minderheidsgroep nog kleiner, dan gelden er geen genderverplichtingen.”
Zwakkere lijststem 

De lijststem zorgt er zowel bij politieke als sociale verkiezingen voor dat de partijen en vakbonden in grote mate kunnen bepalen wie verkozen geraakt. Wie bovenaan de lijst prijkt en niet voldoende stemmen haalt om rechtstreeks verkozen te zijn, krijgt immers stemmen uit ‘de pot’.
“Dat is weinig democratisch, want de macht van de kiezer wordt afgezwakt”, meent Lachaert. “Bij parlementaire en gemeenteraadsverkiezingen is dit effect van de lijststem onder onze impuls al ingeperkt.” De pot gevuld met lijststemmen wordt door twee gedeeld bij parlementsverkiezingen, bij gemeenteraadsverkiezingen wordt ze vermenigdvuldigd met het aantal zetels vooraleer ze door drie wordt gedeeld. “Maar bij sociale verkiezingen wordt de pot met lijststemmen énkel vermenigdvuldigd met het aantal zetels.” Daar komt nog bovenop dat bij een stemformulier waar zowel een lijststem als voorkeurstemmen op staan, énkel de lijststem telt en de voorkeurstemmen vervallen.
“Zo krijg je een bijzonder vertekende stemuitslag. Men heeft terecht de mond vol van particratie, maar dit is een sterk staaltje syndicratie! Daarom stel ik voor om de lijststemregels van de parlementsverkiezingen toe te passen bij sociale verkiezingen.”


Einde aan vakbondsmonopolie

Tot slot kan je als werknemer in de praktijk enkel kandidaat zijn op een lijst van de drie erkende vakbonden ABVV, ACV en ACLVB. “Absurd! Dat is alsof we bij politieke verkiezingen enkel lijsten van sp.a, CD&V en Open Vld zouden toelaten.” Daarom wil Lachaert de verkiezingsdeelname bevrijden. “Als minstens 25% van de werknemers voorafgaandelijk een ‘huislijst’ steunen, dan mag die huislijst deelnemen aan de sociale verkiezingen binnen de onderneming.” Als die lijst in minstens vier andere bedrijfseenheden in dezelfde sector opkomt, moet ze slechts de steun van 10% van de werknemers krijgen. “Op die manier bevrijden we de sociale verkiezingen van het vakbondsmonopolie en willen we alle werknemers betrekken.”

 

Voor de werking van deze website en om uw surfervaring te verbeteren worden cookies gebruikt. Meer info.